ECLI:NL:RVS:2008:BF3871
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.M. Boll
- E.D.A.M. Zegveld
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij last onder dwangsom voor bodemverontreiniging in Noord-Brabant
Bij besluit van 12 maart 2007 legde het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan verzoekster een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 39a van de Wet bodembescherming bij de sanering van een locatie. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij besluit van 24 juni 2008 gedeeltelijk ongegrond werd verklaard.
Verzoekster stelde vervolgens bij de Raad van State een verzoek om voorlopige voorziening in, omdat zij meende dat de last onvoldoende duidelijk was geformuleerd, mede gezien de complexe voorgeschiedenis met eerdere saneringen op de locatie. De voorzitter behandelde het verzoek op 11 september 2008.
De voorzitter oordeelde dat de procedure niet geschikt was om de uitleg en interpretatie van de last te beoordelen, mede omdat het geen urgent geval betrof en er geen risico van verspreiding was. Bij belangenafweging werd het besluit van 24 juni 2008 geschorst. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan verzoekster.
De voorlopige voorziening heeft een tijdelijk karakter en is niet bindend voor de bodemprocedure. De uitspraak werd gedaan op 25 september 2008 door voorzitter J.M. Boll, in aanwezigheid van ambtenaar van Staat E.D.A.M. Zegveld.
Uitkomst: Het besluit van 24 juni 2008 is geschorst en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan verzoekster.