ECLI:NL:RVS:2008:BF5413
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- P.A. Offers
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling voortvarendheid bij uitzetting vreemdeling ondanks laattijdige aanvraag laissez passer
De vreemdeling werd op 31 juli 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval de opheffing van de bewaring, omdat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend zou hebben gehandeld bij de uitzetting.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Uit de stukken bleek dat de vreemdeling op 1 augustus 2008 werd gehoord en vingerafdrukken werden afgenomen. Op 8 augustus vond een vertrekgesprek plaats en werd een aanvraag om een laissez passer ingevuld en verzonden. De aanvraag zou uiterlijk 15 augustus bij de Marokkaanse autoriteiten worden ingediend.
Hoewel de aanvraag niet binnen veertien dagen na aanvang van de bewaring was ingediend, oordeelde de Raad van State dat dit tijdsverloop geen schending van de vereiste voortvarendheid opleverde. Er waren geen aanwijzingen dat de staatssecretaris sneller had kunnen handelen. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond wegens voldoende voortvarendheid van de staatssecretaris.