ECLI:NL:RVS:2008:BG3405
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- S.F.M. Wortmann
- C.J.M. Schuyt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergunning voor mosselzaadvisserij op grond van historisch beleid
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wees op 9 mei 2006 de aanvraag van appellante om een vergunning voor het vissen van mosselzaad af. Appellante maakte bezwaar, dat op 2 november 2006 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Middelburg verklaarde het daarop ingestelde beroep eveneens ongegrond. Appellante stelde dat zij op grond van historisch recht aanspraak had op twee vergunningen, omdat haar rechtsvoorgangers afzonderlijke mosselkwekerijen exploiteerden.
De Raad van State overwoog dat het beleid het aantal vergunningen structureel heeft gefixeerd op het niveau van begin 1992, waarbij per vergunning slechts één vaartuig mag worden ingezet. Uit het dossier bleek dat tussen 1987 en 1991 steeds één vergunning aan de oorspronkelijke vennootschap was verleend, ondanks splitsingen en overnames. De minister had geen bijzondere omstandigheden aangetoond die afwijking van het beleid rechtvaardigen.
Verder verwierp de Raad het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat onvoldoende was gesteld dat andere ondernemingen met aandelenoverdracht per seizoen afzonderlijke vergunningen kregen. Ook het argument dat het nieuwe beleid en voedselreserveringsregeling nadelige gevolgen uitsluiten, bood geen grond voor afwijking. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de vergunningaanvraag voor mosselzaadvisserij conform het vaste beleid.