ECLI:NL:RVS:2008:BG3839
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- D. Roemers
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Beslissing over mvv-vereiste en medische noodsituatie bij terugkeervisum in vreemdelingenrecht
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter die het bezwaar van een vreemdeling tegen de afwijzing van een verblijfsvergunning gegrond had verklaard. De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, die was afgewezen vanwege het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
De vreemdeling voerde aan dat haar gezondheidstoestand en die van haar echtgenoot een vrijstelling van het mvv-vereiste rechtvaardigden, met een beroep op een medische noodsituatie. De staatssecretaris stelde dat de vreemdeling met het aanvragen en gebruiken van een terugkeervisum voor drie maanden had aangetoond dat reizen naar het land van herkomst mogelijk was, waardoor geen sprake was van een medische noodsituatie die vrijstelling rechtvaardigde.
De Raad van State oordeelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) had moeten inwinnen. De medische omstandigheden van de vreemdeling rechtvaardigden geen vrijstelling van het mvv-vereiste. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd niet gevolgd omdat het mvv-vereiste slechts in uitzonderlijke gevallen een schending oplevert.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee de afwijzing van de verblijfsvergunning stand hield.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning wegens het ontbreken van een geldige mvv blijft in stand.