Uitspraak
200400745/1, kunnen, gelet op artikel 10 van Pro de WRO, in een bestemmingsplan in beginsel geen welstandsnormen worden opgenomen omdat deze in het algemeen de voor een bestemmingsplan benodigde ruimtelijke relevantie missen.
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland heeft op 27 november 2007 besloten tot gedeeltelijke goedkeuring van het bestemmingsplan Holy-Noord, vastgesteld door de gemeenteraad van Vlaardingen. Tegen dit besluit hebben appellant en anderen beroep ingesteld bij de Raad van State. Zij richtten zich met name tegen de vrijstellingsbevoegdheid voor het toestaan van een derde bouwlaag op woningen aan de Johanna Naberkade.
De Raad van State heeft in haar oordeel overwogen dat de procedure voor het vaststellen van het bestemmingsplan correct is gevolgd en dat het college zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de vrijstellingsbevoegdheid niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De door appellant aangevoerde bezwaren tegen stedenbouwkundige en architectonische aspecten, schaduwwerking, privacy en lichtinval zijn onvoldoende onderbouwd of niet onredelijk geacht.
Voorts is geoordeeld dat welstandseisen niet in het bestemmingsplan thuishoren maar via de Woningwet kunnen worden getoetst. De vrijstellingsmogelijkheid onder de voorwaarden van maximale hoogte, terugliggende gevels en beperkingen ten aanzien van schaduwwerking en gebruiksmogelijkheden is passend. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de gedeeltelijke goedkeuring van de vrijstellingsbevoegdheid voor een derde bouwlaag wordt ongegrond verklaard.