ECLI:NL:RVS:2008:BG5767
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel Irak met subsidiaire bescherming
De vreemdeling diende meerdere asielaanvragen in, die allen werden afgewezen door de minister van Justitie. Na een uitspraak van de voorzieningenrechter die het laatste besluit vernietigde, stelde de minister hoger beroep in bij de Raad van State. De kern van het geschil betrof de vraag of er sprake was van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden die een hernieuwde rechterlijke toetsing rechtvaardigen.
De Raad oordeelde dat de enkele stelling dat Irakese asielzoekers in België vanaf 10 oktober 2006 in aanmerking kunnen komen voor subsidiaire bescherming onvoldoende is om te concluderen dat België een vergelijkbaar categorial beschermingsbeleid voert. Tevens werd geoordeeld dat de vreemdeling niet had aangetoond dat er ten tijde van het besluit sprake was van een binnenlands gewapend conflict in de provincie Dohuk, waar hij vandaan komt.
Verder werd vastgesteld dat de veiligheidssituatie in Irak niet aantoonbaar was verslechterd sinds de eerdere afwijzing en dat persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling geen grond vormen voor een verblijfsvergunning. Het hoger beroep van de minister werd gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.