ECLI:NL:RVS:2008:BG6419
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing schadevergoeding wegens nalaten bij verblijfsvergunning
De appellant verzocht om schadevergoeding wegens het nalaten van de staatssecretaris om hem te wijzen op zijn verblijfsrecht op grond van het gemeenschapsrecht, waardoor hij vertraging opliep bij het verkrijgen van een verblijfsvergunning en daardoor niet mocht werken en geen bijstandsuitkering ontving.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het gestelde nalaten geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en ook geen met een besluit gelijkgestelde handeling. Dit nalaten vormt een onderdeel van de besluitvorming over de aanvraag verblijfsvergunning, waartegen beroep kan worden ingesteld. Tegen het nalaten zelf kon geen afzonderlijk beroep worden ingesteld.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar de Afdeling stelt vast dat het bezwaar tegen het besluit tot afwijzing van de schadevergoeding niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard. Daarom vernietigt de Afdeling het vonnis van de rechtbank en het besluit van de minister van Justitie en verklaart het beroep alsnog gegrond.
De appellant wordt erop gewezen dat hij zich voor vergoeding van de schade tot de burgerlijke rechter kan wenden. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht wordt aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit van 27 oktober 2005 wordt niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank wordt gegrond verklaard.