Uitspraak
200502391/1,
200502699/1,
200502893/1en
200502898/1Ater zitting behandeld op 8 november 2005, waar de SES, vertegenwoordigd door mr. G.A. van der Veen, advocaat te Breda, en [directeur], en de minister, vertegenwoordigd door mr. M.C. Fhijnbeen, ambtenaar bij het ministerie, zijn verschenen.
200502898/1A, waarin dezelfde vragen zijn gerezen als in deze zaak, gestelde vragen.
200502898/1Anr. C-385/06 heeft (hierna: het arrest), heeft het Hof van Justitie de in deze zaak gerezen vragen beantwoord.
200502898/1A. Die zaak, waarin het gaat om dezelfde partijen en een vergelijkbaar project, is op dezelfde zitting behandeld, en heeft geleid tot het stellen van vragen aan het Hof van Justitie. Het in het procesverloop vermelde arrest van het Hof van Justitie is daarom ook op deze zaak van toepassing.
200502898/1Ahet Hof van Justitie verzocht bij wege van prejudiciële beslissing uitspraak te doen op de volgende vragen:
200502898/1Abetreft, waarin de Afdeling heden uitspraak heeft gedaan en waarin een proceskostenveroordeling is uitgesproken, bestaat er geen reden in deze zaak een proceskostenveroordeling uit te spreken. Vanwege voormelde reden zal de Afdeling wel gelasten dat het door de SES betaalde griffierecht aan haar wordt vergoed.