ECLI:NL:RVS:2008:BG8305
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- K.J.M. Mortelmans
- T.G.M. Simons
- Rechtspraak.nl
Minister mag rangorde aandachtswijken niet openbaar maken wegens stigmatisering
De minister voor Wonen, Wijken en Integratie weigerde op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) de rangorde van veertig aandachtswijken openbaar te maken, omdat dit stigmatiserend zou zijn en zou leiden tot onevenredige benadeling van bewoners. De rechtbank Amsterdam oordeelde echter dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom openbaarmaking extra stigmatisering zou veroorzaken en verklaarde het beroep van verzoeker gegrond.
De minister ging in hoger beroep bij de Raad van State, die het hoger beroep ontvankelijk verklaarde en de zaak inhoudelijk behandelde. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het openbaarmakingsbelang moet worden afgewogen tegen het belang van het voorkomen van onevenredige benadeling van betrokkenen. De minister had aannemelijk gemaakt dat openbaarmaking van de rangorde een extra stigmatiserend effect kan hebben, mede door media-aandacht voor wijken en postcodegebieden met hoge posities.
De Raad van State oordeelde dat de minister terecht het belang van het voorkomen van deze benadeling zwaarder mocht laten wegen dan het openbaarheidsbelang. Ook was al veel informatie over de aandachtswijken openbaar gemaakt, waardoor publieke controle mogelijk blijft. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De minister mocht de rangorde van aandachtswijken niet openbaar maken vanwege het risico op onevenredige benadeling en stigmatisering van bewoners.