ECLI:NL:RVS:2008:BG9501
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.W.M. Bijloos
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring onrechtmatig door onvoldoende voortvarendheid staatssecretaris
De vreemdeling werd op 1 november 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld en op 4 november overgeplaatst naar het Uitzetcentrum Schiphol. Het dossier werd echter pas op 11 november ontvangen, waarna een vlucht werd geboekt voor 20 november. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard, maar de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend had gehandeld bij de voorbereiding van de uitzetting.
Er waren geen bijzondere omstandigheden die de vertraging konden verklaren en ook geen niet-medewerking van de vreemdeling. De Raad van State stelde vast dat sprake was van verwijtbaar stilzitten, waardoor de duur van de vrijheidsontneming niet zo beperkt mogelijk was gehouden en de maatregel niet redelijk gerechtvaardigd was.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, kende een schadevergoeding toe aan de vreemdeling en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten. Hiermee werd het besluit van 1 november 2008 alsnog verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten wegens onvoldoende voortvarendheid.