ECLI:NL:RVS:2008:BH0799
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over twijfel aan taalanalyse in vreemdelingenzaak
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die het beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel gegrond heeft verklaard.
De kern van het geschil betreft de juistheid van een taalanalyse van het Bureau Land en Taal (BLT) die concludeerde dat de vreemdeling niet eenduidig herleidbaar is tot de spraak- en cultuurgemeenschap binnen Burundi. De vreemdeling stelde met een contra-expertise dat hij wel degelijk uit Burundi afkomstig is, waarbij hij specifieke taalkundige kenmerken en gedetailleerde kennis van zijn herkomstplaats kon aantonen.
De rechtbank achtte de contra-expertise voldoende om twijfel te doen ontstaan over de taalanalyse van het BLT, waardoor het besluit van 17 oktober 2006 onvoldoende gemotiveerd was. De Raad van State bevestigt deze beoordeling en oordeelt dat de staatssecretaris onvoldoende heeft aangetoond dat de taalanalyse van het BLT als voldoende draagkrachtige motivering kan gelden. Tevens veroordeelt de Raad de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris ongegrond.