ECLI:NL:RVS:2009:BH0419
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Lubberdink
- J.A.A. van Roessel
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake handhaving berging en erfafscheiding zonder bouwvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Liesveld heeft bij besluit van 10 maart 2008 aan een wederpartij opgelegd om een berging en erfafscheiding op een perceel te verwijderen, onder dreiging van een dwangsom. De wederpartij maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 25 augustus 2008 ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter van de rechtbank Dordrecht verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en schorste het primaire besluit tot zes weken na het nemen van een nieuw besluit op bezwaar.
Het college stelde hoger beroep in en verzocht de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak om een voorlopige voorziening, met name om de uitspraak van de voorzieningenrechter te schorsen en te bepalen dat het college geen nieuw besluit op bezwaar hoeft te nemen voordat op het hoger beroep is beslist. De voorzitter oordeelde dat het verzoek feitelijk gericht was op een definitief oordeel over het handhavingsbeleid, hetgeen niet via een voorlopige voorziening kan worden afgedwongen.
De voorzitter wees daarom het verzoek tot schorsing af, maar kende het verzoek toe dat het college geen nieuw besluit op bezwaar hoeft te nemen zolang het hoger beroep loopt. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 13 januari 2009.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de uitspraak van de voorzieningenrechter wordt afgewezen, maar het college hoeft geen nieuw besluit op bezwaar te nemen voordat op het hoger beroep is beslist.