Uitspraak
200201760) kunnen aan de ingevolge artikel 19, eerste lid, van de WRO vereiste goede ruimtelijke onderbouwing van een project minder zware eisen worden gesteld, naarmate de inbreuk van dat project op een bestaande planologische regime geringer is.
200404397/1), overwogen dat het belang bij aanwezigheid van voldoende parkeerruimte uitdrukkelijk en op genoegzame wijze is meegewogen bij het verlenen van de vrijstelling als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de WRO. Daarmee heeft het belang voldoende regeling gevonden. Onder die omstandigheid brengt een redelijke toepassing van artikel 9 van Pro de Woningwet, gelet op de aard van de in artikel 19, eerste lid, van de WRO geregelde zelfstandige projectprocedure, met zich dat het bepaalde in artikel 2.5.30 van de bouwverordening moet wijken voor hetgeen met de vrijstelling mogelijk is gemaakt.
200504398/1, valt niet af te leiden dat een dergelijke beperking moet worden aangenomen.