Uitspraak
200405056/1), verschaft een met succes gedaan beroep op het overgangsrecht geen bouwvergunning vervangende titel.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Eijsden legde aan appellant een last op om twee doucheruimten, een keukenblok en een toilet in een schuur te verwijderen vanwege het ontbreken van een bouwvergunning. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep bij de rechtbank, die het besluit bevestigde. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
Appellant voerde aan dat de doucheruimte en het toilet al aanwezig waren bij terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan en daarmee onder het overgangsrecht vielen, waardoor handhaving niet gerechtvaardigd zou zijn. De Raad van State verwierp dit verweer, stellende dat het overgangsrecht geen bouwvergunning vervangende titel biedt en dat het college bevoegd was om handhavend op te treden omdat de voorzieningen zelfstandige bewoning mogelijk maakten zonder vergunning.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Maastricht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 21 januari 2009 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit wordt bevestigd.