ECLI:NL:RVS:2009:BH1547
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken nieuw feit of veranderde omstandigheid
De vreemdeling diende op 26 november 2007 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, die op 6 juni 2008 door de staatssecretaris werd afgewezen. Een daaropvolgende aanvraag van 23 september 2008 werd eveneens afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van 23 september 2008.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de op 20 juni 2008 door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) getroffen interim measure niet gemotiveerd was en geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormde. Ook de door de vreemdeling overgelegde stukken boden geen voldoende inzicht in nieuwe feiten of omstandigheden.
De Raad van State overwoog dat hernieuwde toetsing slechts mogelijk is indien sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die na het eerdere besluit zijn voorgevallen of niet eerder konden worden aangevoerd. Dit was hier niet het geval. Daarom werd het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 23 september 2008 wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.