Uitspraak
200804085/1, in de proceskosten veroordeeld. Nu sprake is van samenhangende zaken ziet de Afdeling aanleiding de te vergoeden proceskosten in deze zaak te matigen.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder weigerde op 17 oktober 2006 een bouwvergunning aan wederpartij voor het veranderen van een windturbine op een perceel te Noordoostpolder. Wederpartij maakte bezwaar, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank Zwolle-Lelystad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en herroept het besluit van het college.
Het college stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft op 18 februari 2009 uitspraak gedaan. De kern van het geschil betrof de vraag of de wijziging van de windturbine, bestaande uit een verlaging van de mast en vervanging van de machinegondel met langere rotorbladen, een vergroting van de bestaande afwijkingen van het bestemmingsplan oplevert.
De Raad oordeelde dat de wijzigingen niet zodanig van omvang zijn dat sprake is van een vergroting van de bestaande afwijkingen naar de aard. De windturbine blijft van dezelfde soort en de overgangsbepaling in het bestemmingsplan sluit niet elke vergroting uit. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan wederpartij.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.