ECLI:NL:RVS:2009:BH3962
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- C.H.M. van Altena
- T.G.M. Simons
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering tegemoetkoming Faunafonds voor hazenschade aan ijsbergsla
Het bestuur van het Faunafonds wees een verzoek van appellante af om een tegemoetkoming voor door hazen veroorzaakte schade aan een perceel ijsbergsla. De rechtbank Alkmaar verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante stelde dat zij voldoende preventieve maatregelen had getroffen, waaronder het plaatsen van een roterend knalapparaat en het bejagen van hazen tijdens het jachtseizoen. De Raad van State overwoog dat het plaatsen van één knalapparaat onvoldoende was voor het 7 hectare grote perceel, en dat het bejagen van hazen buiten het jachtseizoen niet toereikend was omdat de ijsbergsla pas na het jachtseizoen werd geplant.
Verder oordeelde de Raad dat preventieve maatregelen die niet in het Handboek Faunaschade zijn opgenomen, niet tot een tegemoetkoming leiden indien deze niet vooraf schriftelijk aan het Faunafonds zijn voorgelegd. Het betoog dat een hazenwerend raster niet verplicht was, faalde omdat appellante niet voldeed aan de eis van minimaal twee preventieve maatregelen uit de tabel. Ook het ontbreken van motivering over het niet vaststellen van een verhoogd eigen risico door het Faunafonds leidde niet tot een ander oordeel.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Alkmaar. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming door het Faunafonds wordt bevestigd.