ECLI:NL:RVS:2009:BH3996
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- C.J.M. Schuyt
- K.J.M. Mortelmans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking ligplaatsvergunning en verlening aan derde voor bedrijfsvaartuig
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Zeeburg trok de ligplaatsvergunning van appellant voor een specifieke locatie in en verleende deze aan een derde, vergunninghouder, voor diens bedrijfsvaartuig. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het dagelijks bestuur verklaarde dit ongegrond. De rechtbank Amsterdam oordeelde deels in het voordeel van appellant door het besluit tot verlening aan vergunninghouder te vernietigen, maar handhaafde de intrekking van appellant's vergunning.
Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State en voerde onder meer aan dat hij wel degelijk gebruik maakte van zijn ligplaatsvergunning door het schip van vergunninghouder als afmeerschip te gebruiken en dat de intrekking grote gevolgen voor zijn bedrijf zou hebben. De Raad van State oordeelde dat de vergunning persoons-, bedrijfs-, ligplaats- en vaartuiggebonden is en dat appellant feitelijk geen gebruik maakte van zijn vergunning. Ook was het dagelijks bestuur bevoegd tot intrekking op grond van de geldende verordening.
Verder oordeelde de Raad dat het dagelijks bestuur terecht vergunninghouder als houder van een bedrijfsvaartuig aanmerkte en dat de door appellant gestelde schade niet voldoende aannemelijk was. Het beroep tegen het besluit van 4 december 2008 werd ongegrond verklaard en het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de intrekking van zijn ligplaatsvergunning bevestigd.