ECLI:NL:RVS:2009:BH5048
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugname asielzoeker op grond van Dublinverordening ondanks bestaande Overeenkomst Benelux-BRD
De zaak betreft een vreemdeling die zonder toestemming in Nederland verbleef en stelde een asielverzoek in Duitsland te hebben ingediend. De staatssecretaris stelde een terugnameverzoek aan Duitsland op basis van artikel 16 van Pro de Dublinverordening. Duitsland aanvaardde dit verzoek. De vreemdeling betoogde dat de terugname op grond van de oudere Overeenkomst tussen Benelux en de Bondsrepubliek Duitsland had moeten plaatsvinden, omdat dit een snellere procedure zou zijn.
De Raad van State oordeelde dat de Dublinverordening een uitputtende regeling bevat voor het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat en de terugname van asielzoekers. Indien toepassing van een oudere overeenkomst de toepassing van gemeenschapsrecht belemmert, moeten lidstaten de gemeenschapsregels volgen. Daarom was het juiste juridisch kader de Dublinverordening en niet de Overeenkomst uit 1966.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Hiermee werd de procedure voor terugname via Duitsland op basis van de Dublinverordening bekrachtigd.
De uitspraak benadrukt het belang van de voorrang van Europese regelgeving boven oudere bilaterale overeenkomsten bij de behandeling van asielzaken binnen de EU.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de terugname op grond van de Dublinverordening bevestigd.