ECLI:NL:RVS:2009:BH5618
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Verruimde gezinshereniging en belangenafweging bij tijdelijke verblijfsvergunning
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank die het bezwaar van een vreemdeling tegen de afwijzing van een aanvraag tot wijziging van de beperking van haar verblijfsvergunning voor bepaalde tijd gegrond had verklaard. De staatssecretaris had het bezwaar ongegrond verklaard met het standpunt dat geen zeer bijzondere individuele omstandigheden aanwezig waren die een onevenredige hardheid bij achterlating in het land van herkomst zouden opleveren.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris had moeten bezien of aanleiding bestond af te wijken van het beleid in de Vreemdelingencirculaire 2000, maar de Raad van State stelde vast dat de staatssecretaris wel degelijk alle door de vreemdeling aangevoerde omstandigheden had betrokken en gemotiveerd had waarom deze niet tot gegrondverklaring leidden. De Raad van State vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep gegrond.
In de belangenafweging heeft de staatssecretaris terecht gewicht toegekend aan het feit dat de verblijfsvergunning tijdelijk was en dat er geen bijzondere afhankelijkheid of objectieve belemmering was om het familie- of gezinsleven in Marokko uit te oefenen. Ook de langdurige verblijfsduur van de vreemdeling in Marokko en het feit dat daar nog familie woont, werden meegewogen.
De Raad van State concludeerde dat de inmenging in het recht op familie- en gezinsleven gerechtvaardigd was en dat het beroep van de vreemdeling ongegrond is. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling bij de rechtbank werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.