Uitspraak
200501342/1.
Raad van State
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Oud-Zuid legde dwangsommen op aan twee appellanten wegens het gebruik van een woning op de derde etage en zolderverdieping voor huisvesting van meer dan vier personen zonder de vereiste gebruiksvergunning. De appellanten stelden dat sprake was van een huishouden, waardoor geen vergunning nodig zou zijn.
De Raad voor de Rechtspraak oordeelde dat de term 'huishouden' niet nader is omschreven in de bouwverordening, maar dat de feitelijke situatie van tijdelijke en wisselende bewoning door meerdere familieleden uit Polen niet voldeed aan de redelijke criteria voor een huishouden. De samenwoning was niet bestendig en overwegend bepaald door het delen van woonruimte.
De Raad van State bevestigde dat het dagelijks bestuur terecht handhavend optrad, omdat geen concreet zicht op legalisering bestond en het gebruik in strijd was met artikel 6.1.1, eerste lid, onder f, van de bouwverordening. De hoger beroepen werden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het handhavingsbesluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.