ECLI:NL:RVS:2009:BH6939
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens ontbreken mvv ondanks medische situatie
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, welke werd afgewezen door de staatssecretaris wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De voorzieningenrechter had het bezwaar van de vreemdeling gegrond verklaard, omdat hij oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had onderzocht of het gebruik van een medisch noodzakelijk CPAP-apparaat in een Marokkaanse gevangenis mogelijk was.
De Raad van State stelt dat de voorzieningenrechter ten onrechte de feitelijke toegankelijkheid van medische zorg in het land van herkomst heeft betrokken bij zijn oordeel. Volgens het beleid wordt bij de toepassing van de hardheidsclausule de feitelijke toegankelijkheid van medische zorg in het herkomstland niet betrokken. De medische noodsituatie wordt gedefinieerd als een situatie waarbij het uitblijven van behandeling binnen drie maanden kan leiden tot overlijden, invaliditeit of ernstige schade.
Het BMA-advies bevestigt dat er in Marokko voldoende adequate behandelmogelijkheden zijn en dat het ontbreken van een CPAP-apparaat leidt tot een medische noodsituatie. Desondanks is het ontbreken van een geldige mvv doorslaggevend voor de afwijzing. De Raad van State verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.