ECLI:NL:RVS:2009:BH7679
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- C.W. Mouton
- K.J.M. Mortelmans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit college inzake datum inschrijving in gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam stuurde appellant een overzicht van zijn persoonslijst in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA). Appellant maakte bezwaar tegen het slechts gedeeltelijk gevolg geven aan zijn aangifte van verblijf en adres. Het college verklaarde het bezwaar ongegrond en de rechtbank Rotterdam bevestigde dit in haar uitspraak van 11 juni 2008. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat volgens artikel 46, vierde lid, van de Wet GBA de datum van aanvang van verblijf en vestiging van het adres de dag is waarop de aangifte is ontvangen, in dit geval 30 oktober 2006. Het feit dat appellant een verblijfsvergunning met terugwerkende kracht had, gaf het college geen bevoegdheid om een eerdere datum te hanteren. Tevens faalden de bezwaren van appellant dat hij ambtshalve eerder ingeschreven had moeten worden en dat zijn verblijf al in 1992 was begonnen.
Verder oordeelde de Raad dat het college niet gehouden is tot een onderzoeksplicht omtrent het verblijfsrecht, omdat de minister van Justitie deze gegevens aanlevert. Ook het betoog dat gegevens over de ouders van appellant zonder officiële documenten konden worden opgenomen, werd verworpen omdat appellant geen brondocumenten had overgelegd en de gegevens op de oude persoonskaart onvoldoende waren.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.