ECLI:NL:RVS:2009:BH9253
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last tot afbraak woning wegens strijd met bestemmingsplan en bouwvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Lochem legde appellant een last op tot afbraak van de oorspronkelijk aanwezige woning op een perceel, omdat er twee woningen zouden zijn in strijd met het bestemmingsplan. Appellant maakte bezwaar, dat door het college werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college niet bevoegd was handhavend op te treden tegen de aanwezigheid van twee woningen, omdat de bouwvergunning voor de nieuwe woning geen sloopvoorwaarde bevatte en onherroepelijk was. De situatie met twee woningen was daarmee legaal. Het college had dus ten onrechte de last tot afbraak opgelegd.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit tot afbraak en het bestreden uitspraak van de rechtbank, en veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant. Het college werd tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten voor de rechtsbijstand van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot afbraak van de oorspronkelijke woning wordt vernietigd en het college is niet bevoegd tot handhaving wegens strijd met het bestemmingsplan.