Uitspraak
200700603/1, bevat artikel 19d van de Nbw 1998 voldoende elementen die een interpretatie van deze bepaling conform artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn mogelijk maken.
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant verleende op 3 juli 2007 een vergunning aan een exploitant voor het runnen van een varkenshouderij nabij het beschermde natuurmonument Deurnese Peel en de speciale beschermingszone Deurnese Peelgebieden. De stichting Werkgroep Behoud de Peel maakte bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college ongegrond werd verklaard. Hiertegen stelde de stichting beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het wettelijk kader rond natuurbescherming per 1 oktober 2005 was gewijzigd en dat bij de beoordeling van de vergunningaanvraag de situatie moest worden vergeleken met de op die datum geldende milieuvergunningen. Het college had onvoldoende gemotiveerd waarom de exploitatie van de varkenshouderij geen significante negatieve gevolgen zou hebben voor het natuurgebied, mede gelet op de instandhoudingsdoelstellingen en de vereiste passende beoordeling volgens de Habitatrichtlijn.
De Raad van State oordeelde dat het college niet had voldaan aan de motiveringsplicht en dat het besluit strijdig was met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de stichting.
Uitkomst: Het beroep van de stichting wordt gegrond verklaard en het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.