ECLI:NL:RVS:2009:BI0062
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken bepaaldelijke volmacht advocaat in vreemdelingenzaak
De staatssecretaris van Justitie verklaarde appellant ongewenst en wees bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk omdat het niet was ingesteld door een bepaaldelijk gevolmachtigde advocaat volgens artikel 70, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
De advocaat van appellant stelde dat hij bij voorbaat bepaaldelijk gemachtigd was, maar kon niet aantonen dat hij appellant sinds diens uitzetting had gesproken of gezien. De Raad overwoog dat volmacht per instantie moet worden verleend en niet algemeen voor alle rechtsmiddelen.
Hierdoor was het beroep niet rechtsgeldig ingesteld. De Raad verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een bepaaldelijke volmacht van de advocaat.