Uitspraak
200305456/1worden afgeleid dat het is toegestaan ter plaatse te overnachten.
200700065/1) kan toepassing daarvan niet leiden tot verlening van bouwvergunningen.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem weigerde op 10 januari 2007 vrijstelling en een bouwvergunning voor het plaatsen van twee units op een perceel met de bestemming 'Bedrijfsdoeleinden -B1-'. Het perceel stond niet toe dat er overnachtingsmogelijkheden werden geboden, omdat het bestemmingsplan onder meer horecabedrijven uitsloot en het gebruik als overnachtingsplaats als verboden gebruik werd beschouwd.
De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bestemmingsplan het gebruik van de units als overnachtingsplaats niet toestaat en dat het college terecht het verzoek om vrijstelling en bouwvergunning heeft geweigerd. Het betoog dat het college op grond van de planvoorschriften vrijstelling had kunnen verlenen, werd verworpen omdat de zogenoemde toverformule niet leidt tot verlening van bouwvergunningen.
Verder was er geen sprake van een rechtens te honoreren vertrouwen bij appellant dat de vergunning zou worden verleend, ook niet vanwege eerdere niet-handhaving of medewerking van de burgemeester. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van vrijstelling en bouwvergunning voor de units vanwege strijd met het bestemmingsplan.