ECLI:NL:RVS:2009:BI1082
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- W. van den Brink
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over handhaving strijdig horecagebruik zonder concreet zicht op legalisatie
Het college van burgemeester en wethouders van Coevorden wees een verzoek tot handhaving tegen het horecagebruik van de Gasterij af, ondanks een gegrond verklaard bezwaar. De rechtbank Assen vernietigde dit besluit en gaf gehoor aan het beroep van wederpartijen. Het hoger beroep bij de Raad van State richtte zich op de vraag of er sprake was van concreet zicht op legalisatie, mede gelet op een voorbereidingsbesluit en een voorontwerp bestemmingsplan.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het moment van de beslissing op bezwaar bepalend is voor de beoordeling van concreet zicht op legalisatie. Ten tijde van het besluit van 8 mei 2007 was slechts sprake van een voorontwerp en was onduidelijk of een ontwerp-bestemmingsplan in procedure kon worden gebracht. Daarnaast was het horecagebruik in strijd met het bestemmingsplan en was het gebruik uitgebreid, waardoor het overgangsrecht niet van toepassing was.
De Raad van State bevestigde dat het college bevoegd was om handhavend op te treden, omdat het algemeen belang bij handhaving zwaarder weegt en geen bijzondere omstandigheden, zoals concreet zicht op legalisatie of onevenredigheid, aanwezig waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank dat geen concreet zicht op legalisatie bestaat en handhaving gerechtvaardigd is.