Uitspraak
200104539/1) brengt artikel 28 van Pro de WRO mee dat behoudens de zich in dit geval niet voordoende mogelijkheid een aanlegvergunningstelsel in het leven te roepen, het college van gedeputeerde staten een bestemmingsplan slechts (al dan niet gedeeltelijk) kan goedkeuren of niet goedkeuren. Voor het aanpassen van de bewoordingen van een voorschrift biedt de wet derhalve geen grondslag. Gelet op het voorgaande heeft het college terecht goedkeuring onthouden aan artikel 3.4, aanhef en onder a, sub 3, en artikel 3.4, aanhef en onder b, sub 3. Reeds hierom zal de Afdeling het verzoek om deze voorschriften zelf voorziend aan te passen niet nader bezien.
200504251/1, en de uitspraken van 15 april 2009 in zaak nr.
200803887/1en in zaak nr.
200806686/1, waarin onder meer is geoordeeld dat de vergunning ten behoeve van de bouw van een serre op onjuiste gronden is verleend omdat de huidige bedrijfsvoering in strijd is met het bestemmingplan "Buitengebied Oosterhesselen", aldus het college.
200708557/1heeft overwogen is met deze bepaling beoogd dat een bestemmingsplan dat op grond van de WRO tot stand is gekomen het rechtsgevolg behoudt dat het onder de WRO had. Dit betekent dat het voorliggende plan zonder algemeen gebruiksverbod zijn werking behoudt. Artikel 7.10 van de Wro is niet van toepassing op het op grond van de WRO tot stand gekomen plan. Het college heeft zich niet in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Hieruit volgt dat het college, door het plan in zoverre goed te keuren, heeft gehandeld in strijd met artikel 28, tweede lid, van de WRO in samenhang met artikel 10:27 van Pro de Awb. De beroepen van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] zijn gegrond, zodat het bestreden besluit in zoverre dient te worden vernietigd.
200708557/1heeft willen breken. Het voorgaande betekent dat ook het algemeen gebruiksverbod met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo niet van toepassing is op het op grond van de WRO tot stand gekomen plan.