ECLI:NL:RVS:2009:BI1083
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- P.J.J. van Buuren
- C.J.M. Schuyt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last tot verwijderen overkapping wegens onterecht vergunningsvereiste
Het college van burgemeester en wethouders van IJsselstein legde appellanten een last op om een garage te verwijderen die was ontstaan door het geleidelijk dichtbouwen van een in 1997 opgerichte overkapping. Deze last werd bevestigd na bezwaar en beroep bij de voorzieningenrechter. Appellanten stelden dat delen van de overkapping, zoals de oorspronkelijke open constructie en later aangebrachte houten panelen en garagedeur, vergunningsvrij waren gebouwd.
De Raad van State oordeelde dat de overkapping in de oorspronkelijke vorm en met de in 1999 aangebrachte houten panelen en garagedeur beschermd wordt door de overgangsbepaling in de Wijzigingswet Woningwet, omdat destijds geen vergunning vereist was. Alleen de later aangebrachte schuifdeuren en de vierde wand, geplaatst na 15 augustus 2002, vereisten een vergunning.
De Raad vernietigde daarom het besluit van het college en de uitspraak van de voorzieningenrechter, beperkte de last tot het verwijderen van de niet-vergunde onderdelen en bepaalde dat het college het betaalde griffierecht aan appellanten moet vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot verwijdering van de vergunningsvrije delen van de overkapping wordt vernietigd.