ECLI:NL:RVS:2009:BI1829
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- P. Klein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onderzoek geschiktheid motorrijtuigbestuur na gedragsincident
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen het besluit van het CBR om hem te verplichten mee te werken aan een onderzoek naar zijn geschiktheid om een motorvoertuig te besturen. Dit besluit volgde op een mededeling van de politie over een incident waarbij appellant agressief en verward gedrag vertoonde na een mishandeling van zijn moeder en daaropvolgende opname in een psychiatrisch ziekenhuis.
Appellant voerde aan dat het politierapport onjuist was, dat zijn gedrag verklaard kon worden door zijn suikerziekte en het ontbreken van insuline, en dat het CBR niet alleen op basis van een inbewaringstelling een onderzoek had mogen opleggen. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
De Afdeling oordeelt dat het CBR terecht uitging van het politierapport en dat het vermoeden van ernstig gestoord inzicht en abnormale opwindingstoestanden voldoende was om een onderzoek te gelasten. Het gaat in deze procedure om een vermoeden, waarbij medisch bewijs nog niet vereist is. Appellants overige argumenten zijn niet relevant voor de beoordeling.
De uitspraak bevestigt dat het CBR bevoegd is om op grond van de Wegenverkeerswet 1994 en de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid een onderzoek op te leggen bij vermoedens van ongeschiktheid. De proceskostenveroordeling wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het CBR mag het onderzoek naar rijgeschiktheid opleggen.