ECLI:NL:RBLIM:2024:2469
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onterechte oplegging rijgeschiktheidsonderzoek en schorsing rijbewijs wegens onvoldoende vermoeden ongeschiktheid
Verweerder legde eiser een medisch rijgeschiktheidsonderzoek op en schorste tijdelijk zijn rijbewijs op basis van een mededeling van de politie waarin werd gesteld dat eiser mogelijk geestelijk of lichamelijk niet geschikt zou zijn om te rijden. Deze mededeling was gebaseerd op verklaringen van de zus van eiser en meldingen van dreigend en intimiderend gedrag richting familie.
Eiser voerde aan dat er geen sprake was van een vermoeden van ongeschiktheid zoals vereist in de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011, omdat de politie de informatie niet zelf had waargenomen noch had nagetrokken. De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte had aangenomen dat er een vermoeden bestond, omdat de informatie niet was geverifieerd en uitsluitend gebaseerd was op eenzijdige familieverklaringen.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat het gedrag van eiser, hoewel verbaal en gericht op familie, niet kon worden gekwalificeerd als ernstig gestoord inzicht of gedrag dat de verkeersveiligheid in gevaar brengt. Verweerder had onvoldoende gemotiveerd waarom dit gedrag tot een vermoeden van ongeschiktheid zou leiden.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, waarmee het opgelegde onderzoek en de schorsing van het rijbewijs komen te vervallen. Verweerder werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot oplegging van het rijgeschiktheidsonderzoek en schorsing van het rijbewijs wordt vernietigd en herroepen.