Uitspraak
200507765/1- terecht overwogen dat de minister bij de beoordeling of onvoldoende waarborgen aanwezig zijn dat de betrokkene onder alle omstandigheden de uit de vertrouwensfunctie voortvloeiende plichten getrouwelijk zal volbrengen, beoordelingsvrijheid toekomt die door de rechter terughoudend dient te worden getoetst. Deze vrijheid heeft de minister voor wat betreft de beoordeling van justitiële gegevens ingevuld in de Beleidsregel. Blijkens artikel 1, tweede lid, onder g van de Beleidsregel wordt bij de beoordeling van deze gegevens in het bijzonder gelet op gegevens betreffende zware vormen van mishandeling. Voorts staat in de toelichting bij artikel 1 dat Pro in beginsel gekeken wordt naar justitiële gegevens die niet ouder zijn dan acht jaar. Indien de opgelegde veroordeling meer dan 40 uren werkstraf bedraagt, wordt deze termijn strikt toegepast. Met de rechtbank acht de Afdeling dit beleid, en de toelichting daarop, niet onredelijk.
200709061/1acht de Afdeling het uitgangspunt van de minister dat het belang van de nationale veiligheid - in dit geval bestaande uit de veiligheid van personen en goederen op de luchthaven - bij de afweging van de betrokken belangen, zwaarder weegt dan de persoonlijke belangen van degene die de vertrouwensfunctie wil vervullen, gelet op het bijzondere karakter van een dergelijke functie, niet onredelijk.
200705784/1) is het niet kunnen vervullen van de vertrouwensfunctie door de betrokkene die niet beschikt over een verklaring van geen bezwaar inherent aan het systeem van de Wvo en moeten de daarmee samenhangende belangen van de betrokkene derhalve worden geacht te zijn verdisconteerd in de Wvo. De door [appellant] gestelde omstandigheid dat hij wegens zijn leeftijd en gebrek aan ervaring geen ander werk kan verrichten, kan derhalve niet als zodanig bijzonder worden aangemerkt dat de minister op grond hiervan van het door hem gehanteerde uitgangspunt had moeten afwijken. De rechtbank is tot hetzelfde oordeel gekomen. Het betoog faalt derhalve.