ECLI:NL:RBNNE:2013:CA3020
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Intrekking verklaring van geen bedenkingen militair wegens poging zware mishandeling
Eiser, een beroepsmilitair met een vertrouwensfunctie, kreeg zijn verklaring van geen bedenkingen ingetrokken door de minister van Defensie vanwege een veroordeling voor poging tot zware mishandeling en een eerdere transactie wegens een overtreding van de Opiumwet.
De rechtbank oordeelt dat de intrekking terecht is op grond van de Beleidsregeling justitiële antecedenten bij veiligheidsonderzoeken Defensie, die bij ernstige strafbare feiten zoals misdrijven tegen de lichamelijke integriteit geen individuele belangenafweging vereist. De poging tot zware mishandeling valt volgens de rechtbank onder deze regeling, waarbij het veiligheidsrisico zwaarder weegt dan het belang van eiser bij behoud van de verklaring.
Eiser stelde dat een poging tot zware mishandeling niet gelijkgesteld kan worden met een voltooid delict en dat een belangenafweging had moeten plaatsvinden, maar dit verweer werd verworpen. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die geen onderscheid maakt tussen poging en voltooid delict in dit kader.
De rechtbank concludeert dat verweerder bevoegd en zorgvuldig heeft gehandeld en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die tot een afwijking van het beleid zouden moeten leiden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verklaring van geen bedenkingen wegens poging tot zware mishandeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.