Uitspraak
200603048/1, en de uitspraak van 13 augustus 2008, nr.
200704749/1, zijn in dit kader uitsluitend relevant de gronden waarop op basis van het plan inrichtingen kunnen worden gevestigd die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken in de zin van de Wgh. Slechts de cumulatieve geluidsbelasting vanwege de bedrijven op die gronden dient op de zonegrens niet boven de 50 dB(A) te komen. Voor de aanwezige en eventuele nieuwe bedrijven op de overige gronden heeft de ligging ervan binnen een zone als bedoeld in artikel 40 van Pro de Wgh derhalve geen betekenis. De aanduidingen "geluidszone" en "grens van het plan" betreffende de binnen- en buitengrenzen van de geluidszone op blad 2 van de plankaarten, alsmede het bepaalde in artikel 15 van Pro de planvoorschriften, zijn derhalve in strijd met artikel 40 van Pro de Wgh vastgesteld. Door het plan in zoverre niettemin goed te keuren, heeft het college gehandeld in strijd met dit artikel in samenhang met artikel 10:27 van Pro de Awb. Het beroep van [appellant sub 1] en anderen is in zoverre gegrond. Het bestreden besluit dient te worden vernietigd, voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan de voornoemde plandelen. Uit het vorenstaande volgt dat er rechtens maar één te nemen besluit mogelijk is, zodat de Afdeling tevens aanleiding ziet om goedkeuring te onthouden aan deze plandelen.