Uitspraak
200301035/1leidt niet tot een ander oordeel, nu de kapverdieping in die zaak niet vergelijkbaar is met de onderhavige.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug verleende op 7 september 2007 een bouwvergunning aan Woningbouwvereniging Amerongen voor acht woningen op het perceel Koenestraat 27 tot en met 33 te Amerongen. Appellant maakte bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college en vervolgens door de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht werd afgewezen. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het bouwplan bestond uit vier eengezinswoningen en vier appartementen, waarbij de oorspronkelijke acht duplexwoningen waren gesloopt. De vergunning was in overeenstemming met het bestemmingsplan "Amerongen Noord" en de planvoorschriften, waaronder bepalingen over het aantal bouwlagen, bebouwingspercentage en afstand tot perceelsgrenzen. De Raad verwierp de bezwaren van appellant dat het bouwplan in strijd zou zijn met diverse artikelen van de planvoorschriften.
De Raad stelde vast dat het bouwplan voorziet in bestaande hoofdgebouwen en dat de appartementen als woningen worden aangemerkt met bijbehorende grond. De bouwhoogte en afstand tot perceelsgrenzen voldeden aan de voorschriften. Nieuwe gronden die appellant in hoger beroep aanvoerde, werden buiten beschouwing gelaten wegens te late indiening. De Raad bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en wees het hoger beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bouwvergunning bevestigd.