ECLI:NL:RVS:2009:BI6087
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- W. van den Brink
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en weigering exploitatievergunning horeca op grond van Wet bibob
De burgemeester van Rotterdam trok op 13 augustus 2007 de exploitatievergunning in en weigerde een nieuwe vergunning voor een eetcafé, omdat er ernstig gevaar bestond dat de vergunning zou worden gebruikt voor strafbare feiten. Dit besluit was gebaseerd op een advies van het Bureau bibob, dat een zakelijk samenwerkingsverband tussen appellanten en personen met strafbare feiten vermoedde.
Appellanten voerden aan dat zij zelf geen strafbare feiten hadden gepleegd en dat het bestaan van een huurovereenkomst met een persoon met strafbare feiten niet tot weigering mocht leiden. Ook boden zij aan de huurovereenkomst aan te passen om mogelijke invloed weg te nemen. De rechtbank en de Raad van State oordeelden echter dat het zakelijk samenwerkingsverband breder was dan alleen de huurovereenkomst en dat het ernstige vermoeden van betrokkenheid bij strafbare feiten voldoende was voor intrekking en weigering.
De Raad van State bevestigde dat de Wet bibob toestaat een vergunning te weigeren of in te trekken als ernstig gevaar bestaat dat de vergunning wordt gebruikt om strafbare feiten te plegen, ook zonder dat strafbare feiten daadwerkelijk zijn gepleegd in samenhang met de vergunning. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Rotterdam werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en weigering van de exploitatievergunning bevestigd.