ECLI:NL:RVS:2009:BI8462
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.G. Drupsteen
- J.E.M. Polak
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijstelling voor exploitatie van twee horecagelegenheden ondanks bezwaren omwonenden
Het college van burgemeester en wethouders van Venlo verleende op 20 november 2007 vrijstelling voor het gebruik van een perceel voor de exploitatie van twee horecagelegenheden, in strijd met het bestemmingsplan. De appellanten maakten bezwaar tegen deze vrijstelling, stellende dat de ruimtelijke onderbouwing en belangenafweging onvoldoende waren, mede vanwege de verkoop van softdrugs en de daaruit voortvloeiende overlast.
De rechtbank Roermond verklaarde het beroep ongegrond, waarna de appellanten hoger beroep instelden bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 31 maart 2009 behandeld en op 17 juni 2009 uitspraak gedaan.
De Raad van State oordeelde dat de ruimtelijke onderbouwing en belangenafweging adequaat waren uitgevoerd, waarbij ook de verkoop van softdrugs in de horecagelegenheden planologisch niet mogelijk is en niet in de vrijstelling is opgenomen. De gevolgen van de verkoop, zoals verkeersbewegingen, zijn wel betrokken bij de beoordeling. De stelling van de appellanten dat het gebruik tot een onaanvaardbare planologische situatie leidt, is niet aannemelijk gemaakt.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het college in redelijkheid meer gewicht mocht toekennen aan de belangen van de exploitatie dan aan de bezwaren van omwonenden. Overlast door bezoekers valt onder handhaving van openbare orde en is niet onderwerp van deze procedure. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.