ECLI:NL:RBROE:2008:BE9390
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.M. Schelfhout
- B.W.P.M. Corbey Smits
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrijstelling vestiging horecagelegenheden ondanks softdrugsverkoop in Venlo
Eisers stelden beroep in tegen het besluit van de gemeente Venlo om vrijstelling te verlenen voor de vestiging van twee horecagelegenheden, waarvan werd gesteld dat het om coffeeshops ging met de daarmee gepaard gaande overlast. De rechtbank oordeelde dat de verkoop van softdrugs niet planologisch kan worden gereguleerd omdat deze activiteit verboden is volgens de Opiumwet. Daarom kon bij de beoordeling van de vrijstelling geen rekening worden gehouden met de effecten van softdrugsverkoop.
De rechtbank stelde vast dat de ruimtelijke onderbouwing van het project voldeed aan de eisen van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Tevens werd geoordeeld dat de belangenafweging door de gemeente, waarbij de horecafunctie werd vergeleken met de eerdere situatie van een chauffeurscafé, zorgvuldig en gemotiveerd was. De effecten van de softdrugsverkoop dienden te worden beoordeeld in de context van exploitatievergunningen en gedoogbeschikkingen, niet in de planologische procedure.
De rechtbank wees ook op het bestaan van een aparte procedure voor planschade, waardoor eventuele waardevermindering van woningen niet in deze zaak aan de orde was. Gezien het voorgaande verklaarde de rechtbank de beroepen ongegrond en legde geen proceskosten op. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen tegen de vrijstelling voor vestiging van twee horecagelegenheden worden ongegrond verklaard.