Uitspraak
200401688/1.
200401688/1, heeft de Afdeling het besluit omtrent goedkeuring van het bestemmingsplan "Leeuwarden-Zuid, fase A" vernietigd en aan dat plan zelf voorziend goedkeuring onthouden. Zij heeft daarbij, voor zover van belang, het volgende overwogen:
200706132/1, zijn ten behoeve van de ontwikkeling van het deelgebied Techum vrijstellingen ingevolge artikel 19 van Pro de WRO verleend, die voorzien in een gedeelte van voormelde m.e.r.-plichtige activiteit. Dit betreft onder meer een aantal vrijstellingen van 17 oktober 2006 ten behoeve van de bouw van woningen en het bouwrijp maken van een deel van het desbetreffende deelgebied. In deze uitspraak heeft de Afdeling voorts overwogen dat, gelet op hetgeen de Afdeling in de uitspraak van 28 mei 2008, in zaak nr.
200608226/1, heeft overwogen omtrent de toepassing van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer zoals dat luidt met ingang van 28 september 2006 en gelet op onderdeel A, eerste lid, van de Bijlage behorende bij het Besluit milieu-effectrapportage 1994, de in rechte onaantastbare vrijstellingen van 17 oktober 2006 moeten worden aangemerkt als het eerste besluit waaraan het MER ten behoeve van het project De Zuidlanden is gekoppeld.
200706132/1, over het deelgebied Techum, ook voor de thans voorliggende woningbouwontwikkeling een storting in het provinciale compensatiefonds zal plaatsvinden en beheersovereenkomsten zullen worden gesloten. De enkele mededeling dat storting in het provinciale compensatiefonds zal plaatsvinden en beheersovereenkomsten zullen worden gesloten, kan evenwel niet, zoals Milieudefensie, Dorpsbelang en [appellant sub 3] en anderen terecht stellen, in alle gevallen toereikend worden geacht voor de beoordeling van de vraag of de belangen van de vogelstand ter plaatse voldoende zijn afgewogen. In geval een plaatselijk zeer goede weidevogelstand verloren gaat, kunnen de omstandigheden vergen dat meer inzicht wordt geboden in de wijze waarop compensatie daadwerkelijk kan en zal plaatsvinden dan die enkele mededeling.