Uitspraak
200400867/1), de korpschef beoordelingsvrijheid toekomt bij de beoordeling of betrokkene voldoende betrouwbaar is en dat de invulling die in paragraaf 2.1, aanhef en onder c, van de Circulaire aan de term 'betrouwbaarheid' is gegeven niet rechtens onjuist is. Voorts mogen, zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 24 december 2003 in zaak nr.
200305092/1), aan medewerkers in de beveiligingsbranche, gelet op de aard van deze branche, hogere eisen worden gesteld dan aan medewerkers in willekeurige andere betrekkingen. Zoals de rechtbank heeft overwogen en ook uit het besluit van 13 augustus 2007 alsmede het besluit op bezwaar blijkt, heeft de korpschef deze besluiten mede gebaseerd op het proces-verbaal dat is opgemaakt naar aanleiding van een mishandeling in 2005, waarvoor [appellant] op 21 augustus 2008, doch niet onherroepelijk, is veroordeeld. De rechtbank heeft, gezien dit feit en in combinatie met de veroordeling ter zake overtreding van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening, geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te concluderen dat de korpschef reeds op deze gronden toestemming aan [appellant] heeft kunnen weigeren op grond van paragraaf 2.1, aanhef en onder b en c, van de Circulaire. De feiten bieden immers voldoende aanleiding om te kunnen concluderen dat [appellant] niet over voldoende betrouwbaarheid beschikt of voldoende geschikt is voor een functie als beveiligingsmedewerker. Nu de weigering mede gebaseerd is op paragraaf 2.1, aanhef en onder c, van de Circulaire, heeft de rechtbank onder verwijzing naar jurisprudentie van de Afdeling (uitspraak van 29 april 2008 in zaak nr.
200707172/1) terecht geoordeeld dat er geen ruimte is voor toepassing van de hardheidsclausule.
200300569/1) doet de omstandigheid dat de korpschef van een andere politieregio wel toestemming voor het verrichten van beveiligingswerkzaamheden heeft verleend, niet af aan de eigen bevoegdheid van de korpschef in deze. Bij de beoordeling van de vraag of [appellant] beschikt over de vereiste betrouwbaarheid, is de korpschef bevoegd zich op grond van de hem over [appellant] ter beschikking staande informatie een zelfstandig oordeel te vormen. Door [appellant] is niet gesteld dat de korpschef in gelijke of vergelijkbare gevallen tot andersluidende besluiten is gekomen.