ECLI:NL:RVS:2003:AO0768
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- B. Bastein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toestemming particuliere beveiligingswerkzaamheden wegens onbetrouwbaarheid
De Korpschef van de Politieregio Utrecht trok op 28 augustus 2002 de aan appellant verleende toestemming voor het verrichten van particuliere beveiligingswerkzaamheden in, gebaseerd op een onherroepelijke veroordeling van appellant door de economische politierechter op 23 november 2000.
Appellant maakte bezwaar tegen deze intrekking, dat door de korpschef werd afgewezen, waarna de voorzieningenrechter het beroep van appellant ongegrond verklaarde. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de korpschef terecht heeft geoordeeld dat appellant niet meer betrouwbaar en bekwaam is voor het verrichten van beveiligingswerkzaamheden, gelet op de aard en ernst van het strafbare feit en de hogere eisen die aan medewerkers in de beveiligingsbranche worden gesteld.
Het beroep op het ne-bis-in-idem beginsel en het gelijkheidsbeginsel faalt, omdat de intrekking een bestuurlijke maatregel betreft ter bescherming van de veiligheidszorg en de goede naam van de bedrijfstak, los van strafrechtelijke sancties.
De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de voorzieningenrechter.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de toestemming bevestigd.