Uitspraak
200705655/1. Daarnaast dient het voetpad geen grote, onbepaalde publieksgroep en is geen sprake van een daadwerkelijk pad, aangezien dit niet is verhard.
200606192/1, mede tot handhaving van de openbaarheid van wegen in de zin van de Wegenwet. Het college is dan slechts tot handhavend optreden jegens rechthebbenden op de weg wegens door hen aangebrachte belemmeringen van die openbaarheid, bevoegd indien daarmee het stelsel van de Wegenwet en de daarin vervatte waarborgen voor de rechthebbenden niet worden doorkruist. Uit dit stelsel volgt dat rechthebbenden op een weg hierover slechts alle verkeer, behoudens de beperkingen als bedoeld in artikel 6 van Pro de Wegenwet, hebben te dulden, wanneer de weg openbaar is in de zin van artikel 4 van Pro die wet. In zoverre komt derhalve ook betekenis toe aan het toetsingskader van de Wegenwet. Voor zover toepassing van artikel 2.1.5.1, eerste lid, van de APV er toe strekt te bewerkstelligen dat de rechthebbende op de weg ook openbaar verkeer toelaat dat buiten de reikwijdte van zijn duldplicht ingevolge de Wegenwet valt, dient die toepassing wegens strijdigheid met de Wegenwet achterwege te blijven.
200705655/1, dient het voetpad niet slechts als ontsluiting van enkele woningen en mogelijk een bedrijf, maar geeft het voetpad toegang tot een dagrecreatieterrein en haven met een publieke functie. Dit heeft tot gevolg dat een grote, onbepaalde publieksgroep, waaronder toeristen en dorpsbewoners, van het voetpad gebruik kan maken. Gelet op dit gebruik dat van het voetpad wordt gemaakt, is het voetpad niet gedurende dertig achtereenvolgende jaren niet voor een ieder toegankelijk geweest.