Uitspraak
200500809/1), overwogen dat de verbindendheid van de bestemmingsregeling in deze procedure niet kan worden onderworpen aan de bij de goedkeuring van dat plan te hanteren toetsingsmaatstaf. Het college heeft onweersproken gesteld dat in het bestemmingsplan de aan het perceel gegeven bestemming "Tuincentrum", die ook in het voorgaande bestemmingsplan "Landelijk gebied 1972" was opgenomen, is gehandhaafd, omdat niet aannemelijk was dat het tuincentrum binnen de planperiode zou verdwijnen en de desbetreffende gronden vrij zouden komen voor de door de gemeenteraad daar gewenste bedrijfsontwikkeling. Aan de in artikel 7, eerste lid, van de planvoorschriften neergelegde doeleindenomschrijving liggen derhalve ruimtelijke motieven ten grondslag. Onder die omstandigheden heeft de rechtbank terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat dit planvoorschrift door het college buiten toepassing moest worden gelaten wegens strijd met artikel 10, eerste lid, van de WRO.