Uitspraak
200701484/1) in rechte vast is komen te staan, niet tot gevolg dat de gekozen situering en eventuele alternatieven daarvoor in het kader van de vrijstellingverlening niet meer aan de orde kunnen komen. Het betoog is in zoverre terecht voorgedragen. Het leidt echter niet tot het ermee beoogde doel. Met het vrijstellingsbesluit heeft het college beoogd een planologisch kader te scheppen voor de in het landinrichtingsplan opgenomen maatregelen en voorzieningen. Het college heeft het in het landinrichtingsplan gekozen tracé van de voorziene natuurvriendelijke oevers in redelijkheid aanvaardbaar kunnen achten en daarbij mogen verwijzen naar de belangenafweging die in het kader van de wijziging van het landinrichtingsplan met betrekking tot alternatieve tracés heeft plaatsgevonden. Tevens heeft het college in redelijkheid betekenis mogen toekennen aan het oordeel van de Afdeling daaromtrent in voormelde uitspraak.