ECLI:NL:RVS:2009:BJ6047
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit verbreding Derde en Vierde Tocht in Zuidplaspolder door Raad van State
De verenigde vergadering van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard stelde op 28 maart 2007 het plan tot verbreding van de Derde en Vierde Tocht vast. Appellant, eigenaar van grond aan de Vierde Tocht, stelde dat de verbreding onnodig was omdat onderhoud aan de watergangen en de capaciteit van duikers onder de A20 voldoende zouden zijn. Hij voerde aan dat het besluit in strijd was met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de stellingen van appellant onvoldoende waren gemotiveerd en dat het onderhoud en de berekeningen van de waterbeheerder betrouwbaar waren. Tevens werd geoordeeld dat het betoog over de landelijke normen voor 2015 geen directe noodzaak voor uitstel bood.
Verder werd vastgesteld dat er geen sprake was van misbruik van bevoegdheid, aangezien het waterschap wettelijk belast is met de zorg voor het watersysteem en het plan conform het Nationaal Bestuursakkoord Water was opgesteld. Ook werd het argument dat er geen rekening was gehouden met de waterberging in de Eendragtspolder verworpen, omdat de twee watersystemen gescheiden zijn.
Ten slotte oordeelde de Afdeling dat het evenredigheidsbeginsel niet was geschonden, gezien de noodzaak van de verbreding, de onderzochte alternatieven en de rechtswaarborgen bij grondverwerving. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.