ECLI:NL:RVS:2009:BJ6909
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende voortvarendheid bij uitzetting vreemdeling in vreemdelingenbewaring
De vreemdeling werd op 4 juli 2009 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hoewel hij beschikte over een geldig paspoort en verblijfsvergunning voor Spanje, begon de daadwerkelijke voorbereiding van zijn uitzetting pas op de tiende dag van zijn bewaring, namelijk op 13 juli 2009 met een vertrekgesprek en het aanvragen van een vlucht.
De Raad van State constateerde dat de staatssecretaris vóór deze datum geen handelingen had verricht die direct van betekenis waren voor de uitzetting, noch waren er bijzondere omstandigheden die dit konden rechtvaardigen. Het feit dat twee weekenden in deze periode vielen, werd niet als een geldige reden gezien om niet eerder voortvarend te handelen.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat er voldoende voortvarendheid was, maar de Raad van State vernietigde deze uitspraak en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. De bewaring werd als onrechtmatig beoordeeld en de staatssecretaris werd veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: De staatssecretaris heeft onvoldoende voortvarend gehandeld bij de uitzetting, waardoor de bewaring onrechtmatig was en de vreemdeling recht heeft op schadevergoeding.