ECLI:NL:RVS:2017:504
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring onrechtmatig wegens onvoldoende voortvarendheid staatssecretaris
De vreemdeling werd op 2 januari 2017 in vreemdelingenbewaring gesteld, nadat zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel was afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, maar oordeelde dat de bewaring van 30 december 2016 tot 2 januari 2017 niet op een juiste wettelijke grondslag berustte en daarmee onrechtmatig was.
De vreemdeling stelde dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend had gehandeld bij het voortzetten van de bewaring, wat de rechtbank volgens hem ten onrechte niet had meegewogen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde dat de staatssecretaris verplicht is om snel te handelen en te beoordelen of een andere wettelijke grondslag voor bewaring kan worden gevonden zodra de oorspronkelijke grondslag vervalt.
Omdat de staatssecretaris niet tijdig had gehandeld, was de bewaring vanaf 1 januari 2017 onrechtmatig. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en kende de vreemdeling een schadevergoeding toe over de periode van 1 tot 31 januari 2017. Ook werden proceskosten aan de vreemdeling toegekend.
Uitkomst: Bewaring vreemdeling vanaf 1 januari 2017 onrechtmatig verklaard en schadevergoeding toegekend.