ECLI:NL:RVS:2009:BK0456
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- M.G.J. Parkins de Vin
- Rechtspraak.nl
Vaststelling beleid en beoordeling asielaanvraag Iraanse bekeerling tot christendom
De vreemdeling, afkomstig uit Iran, had een asielaanvraag ingediend op grond van zijn bekering tot het christendom in Nederland. De staatssecretaris wees deze aanvraag af op basis van het beleid neergelegd in het WBV 2007/15, waarin is bepaald dat alleen bekeerlingen die ook om andere redenen dan hun geloof problemen hebben ondervonden, in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning.
De rechtbank had het besluit van de staatssecretaris vernietigd en het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard, mede vanwege het wetsvoorstel in Iran dat afvalligheid met de doodstraf zou bestraffen. De Raad van State oordeelt echter dat dit wetsvoorstel nog niet definitief is en dat er onvoldoende concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
De Raad stelt dat het beleid van de staatssecretaris redelijk is en dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij buiten het beleid om aanspraak kan maken op een verblijfsvergunning. Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard, dat van de staatssecretaris gegrond, en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het afwijzingsbesluit asielaanvraag bevestigd.