ECLI:NL:RBSGR:2010:BM9251
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning verblijfsvergunning aan bekeerde christen wegens reëel risico op schending artikel 3 EVRM bij terugkeer naar Iran
Eiser, een Iraanse asielzoeker die in Nederland tot het christendom is bekeerd, had aanvankelijk een asielaanvraag ingediend die was afgewezen. Hij stelde dat hij bij terugkeer naar Iran vanwege zijn bekering en actieve bekeringsactiviteiten een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM. Verweerder stelde dat van eiser mag worden verlangd dat hij afziet van zijn bekeringsactiviteiten en dat de situatie in Iran niet zodanig is dat hij een reëel risico loopt.
De rechtbank stelde vast dat de bekering een nieuw feit (novum) is en dat de authenticiteit van het doopcertificaat was vastgesteld. De rechtbank verwierp het standpunt van verweerder dat eiser zijn geloofsuitoefening moet beperken en benadrukte dat godsdienstvrijheid een EVRM-recht is. Uit het thematisch ambtsbericht en aanvullende bronnen bleek dat bekeerde christenen in Iran worden bedreigd, geïntimideerd en soms met geweld worden geconfronteerd.
De rechtbank oordeelde dat het beleid van verweerder, neergelegd in WBV 2007/15, dat actieve bekeringsactiviteiten op zichzelf onvoldoende grond zijn voor een verblijfsvergunning, niet redelijk is gelet op de recente incidenten. Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het afwijzingsbesluit vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent het reële risico op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM.